Samenwerking tussen vzw’s

In de non-profitsector bestaan er in de praktijk heel wat verschillende samenwerkingsverbanden. De samenwerkingen tussen vzw's komen in uiteenlopende vormen voor. Ze variëren van loutere samenwerkingen tot echt gestructureerde vormen van samenwerking. We lichten een aantal samenwerkingsverbanden kort toe.

Samenwerkingsovereenkomst: feitelijke vereniging

De meest eenvoudige samenwerkingsvorm is die waarbij verschillende vzw's samen iets organiseren of aankopen om zo te genieten van betere voorwaarden of schaalvoordelen, zonder dat er een afzonderlijke juridische structuur vereist is. We denken hier bijvoorbeeld aan het samen afhuren van een bepaalde locatie voor een festival of event. In de praktijk gebeurt dit aan de hand van een (al dan niet stilzwijgende) samenwerkingsovereenkomst en ontstaat er een feitelijke vereniging tussen de samenwerkende organisaties.

Het grote nadeel aan deze vorm van samenwerken is dat er op zich geen extra juridisch kader wordt gecreëerd. In tegenstelling tot een vzw heeft een feitelijke vereniging immers geen rechtspersoonlijkheid. Dit heeft belangrijke gevolgen:

  • de feitelijke vereniging kan niet zomaar zelfstandig optreden
  • er is geen afgescheiden vermogen, maar een onverdeeldheid tussen de leden van de feitelijke vereniging
  • de leden zijn met hun persoonlijk vermogen aansprakelijk voor de schulden van de vereniging
  • de feitelijke vereniging kan niet zomaar overeenkomsten afsluiten

Het is daarom van belang om in deze situatie zelf alle regelingen uit te werken in een samenwerkingsovereenkomst, zoals de bevoegdheden, de voorwaarden van het lidmaatschap, de regels in verband met de besluitvorming en het eigendomsrecht.

Personele unie

Een andere vorm van samenwerken is de personele unie. In dit geval wordt met juridisch verschillende (bestaande) entiteiten gewerkt, maar is de samenstelling van de algemene vergadering en/of de raad van bestuur dezelfde. Bijgevolg heerst er in beide organisaties eenzelfde visie én worden er verenigbare beslissingen genomen.

Structurele samenwerking: oprichten van een aparte entiteit

Bij een structurele samenwerking wordt door de samenwerkende organisaties een nieuwe rechtspersoon opgericht die de samenwerking vorm geeft. Dit kan bijvoorbeeld een vzw, ivzw (internationale vzw), vso (vennootschap met sociaal oogmerk), handelsvennootschap of stichting zijn. De modaliteiten die bij een functionele samenwerking in de samenwerkingsovereenkomst moeten worden geregeld, vinden we terug in de statuten van de nieuwe rechtspersoon. 

Fusie

De meest doorgedreven vorm van samenwerking is uiteraard de fusie. Bij een fusie komt het erop neer dat twee entiteiten volledig in elkaar opgaan. De meeste samenwerkingsvormen tussen vzw's zullen ook op vlak van btw belangrijke (negatieve) gevolgen hebben. De onderlinge transacties tussen vzw's naar aanleiding van de opgezette samenwerking leiden vaak tot een btw-plicht en de aanrekening van (eventueel niet-aftrekbare) btw. Om de aanrekening van btw te vermijden, kan er ofwel een kostendelende vereniging of een btw-eenheid opgericht worden.

Kostendelende vereniging

Een kostendelende vereniging is een permanente belangengemeenschap die door natuurlijke of rechtspersonen wordt opgericht met het oog op rationalisering en de vermindering van de beheers- en exploitatiekosten. Haar hoofdkenmerk is het gemeenschappelijk maken van de uitgaven die door de deelnemers of de leden worden gedragen.

Btw-eenheid

De btw-eenheid zorgt ervoor dat btw-plichtigen die in België zijn gevestigd,  als één btw-plichtige gezien kunnen worden (voor goederen en diensten bekomen en verstrekt aan derden) als zij voldoen aan de cumulatieve voorwaarden dat zij financieel, organisatorisch en economisch nauw met elkaar verbonden zijn.

Ter beschikking stellen van personeel

Het ter beschikking stellen van personeel betekent dat een werknemer, verbonden door een arbeidsovereenkomst met een werkgever, door de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde, die van de werknemer 'gebruik' maakt en over hem een deel van het gezag uitoefent dat normaal door de oorspronkelijke werkgever wordt uitgeoefend. Volgens de regels van het arbeidsrecht zijn dergelijke praktijken enkel geoorloofd onder zeer strikte voorwaarden, die neergelegd zijn in de Wet Terbeschikkingstelling van 24 juli 1987.