Rechtspersonen- of vennootschapsbelasting?

Een vzw is in principe onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Dat betekent dat de vereniging in de praktijk in veel gevallen geen inkomstenbelastingen zal betalen. Binnen de rechtspersonenbelasting zijn immers maar een zeer beperkt aantal inkomsten belastbaar.

Voorwaarden

Wil een vzw onderworpen worden aan de rechtspersonenbelasting, dan mag zij geen onderneming exploiteren en zich niet bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard (art. 220, 3° W.I.B. 1992). Is dat wel het geval, dan kan de vzw toch onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting. De beoordeling hiervan is steeds een feitenkwestie die door de rechter moet worden beoordeeld.

Gevallen waarbij de rechtspersonenbelasting steeds van toepassing is

De wetgever heeft echter uitdrukkelijk drie gevallen ingeschreven die niet moeten beschouwd worden als verrichtingen van winstgevende aard. In die drie gevallen blijft dus de rechtspersonenbelasting van toepassing:

  1. Alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen
  2. Verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht
  3. Verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking hebben of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden worden uitgevoerd